De koffer

Zij. Zij vindt het tijd worden dat ze elkaar ontmoeten. Dat heeft ze heel puntig geformuleerd in haar laatste brief. Om voor de dwingende toon te compenseren heeft ze om zijn naam [in het briefhoofd en ergens halverwege] en om haar naam [onderaan de vierde pagina] kussen geplakt. Met haar eigen lippen. Hij heeft ooit iets soortgelijks gedaan. Hij. De brief heeft ongeopend in de vensterbank gelegen, en een poosje op de verwarming. Ten slotte heeft hij hem geopend, met één hand. Met de andere smeerde hij een boterham. Het leven is een spel dat je moet spelen, vindt hij. … Lees verder De koffer

Vereniging van eigenaren

We waren laat, zodat toen we binnenkwamen alle goede plekken bezet waren. ‘Je kunt op deze harde houten stoel gaan zitten’, zei de gastheer, ‘of tussen deze twee onverschillige jongemannen op de bank.’ Ik koos voor de onverschillige mannen. Toen ik me tussen hen in liet zakken, zag ik vanuit mijn ooghoeken dat ze verder naar de zijkant schoven. De jongeman aan mijn linkerhand scheen me inderdaad erg onverschillig toe. Verveeld keek hij naar de salontafel waarop bakjes met nootjes en glaasjes met kaasstengels stonden. Hij droeg glanzende schoenen en een gestreept overhemd. Zijn voet had hij op zijn knie … Lees verder Vereniging van eigenaren