Bernard

Bernard denkt aan al die keren dat hij achteraan heeft gestaan in de kantine. Aan dat de dienbladen op waren en dat hij de hete soep in zijn linkerhand moest dragen en een bord met boterhammen in de rechter. Aan dat hij dan toch nog één of twee keer terug moest lopen. Voor: •    de karnemelk, •    de citrusvrucht, •    servetten, •    bestek •    en beleg. •    Soms een bakje salade, •    een gekookt ei •    of een kroket. De gedachte aan dit structurele gebrek aan voldoende dienbladen helpt Bernard om zich boos te maken. Ja, nu zal hij het … Lees verder Bernard