De bril

De stad weerspiegelt in Muriël’s potten van brillenglazen. Of zij altijd zo schaapachtig uit haar ogen kijkt. Of zij altijd fluimen van de brug spuugt. Sinds ik me kan heugen word ik ongemakkelijk van brillen. De grote monturen vind ik erger dan de kleine. Evengoed geldt voor alle brillen dat ze de ogen op een onaangename manier omkaderen en de grootte ervan uit proportie brengen. In de bril die Muriël draagt springen de ogen naar voren: als domme clowns uit kartonnen doosjes. Haar oogwit is geel en rode adertjes lopen er als riviertjes doorheen, door dat bolle, gladde kikkerlandschap. Wij … Lees verder De bril