Mogelijk bent u de enige deelnemer aan het gesprek – het plezantste microproza van 2020

116 grapjes – goed voor 8 minuten scrollplezier.

‘En wat ben jij?’
‘Ach, gewoon hoogleraar.’


Ik gaf het geld dat ik had meegenomen voor lunch per ongeluk uit aan stiften. Toen heb ik maar een boterham getekend.


R. deed pilates.
M. ging naar een fitnessles.
L. maakte een lange wandeling.
Ik downloadde een hardloopschema.


Ik verstond ‘een jong belegen casus.’



Meten met twee maten


De juiste bakker kiezen om de appelbollen en worstenbroodjes te kopen. Lang in de rij staan. Twijfelen over het aantal mee te nemen appelbollen en worstenbroodjes (alleen voor het kernteam of ook voor G. van het secretariaat en S. op de derde etage). Onhandig met de grote doos vol appelbollen en worstenbroodjes naar kantoor fietsen. Zoeken naar het juiste moment om de appelbollen en worstenbroodjes uit te delen (voor de vergadering en tijdens; en wat dan eerst: een appelbol of een worstenbroodje). Zoeken naar de juiste manier om de appelbollen en worstenbroodjes op te warmen (magnetron wordt afgeraden) en te eten (uit het vuistje of met mes en vork). Verschillende verhalen horen over de herkomst van de appelbollen-en-worstenbroodjestraditie. 

Ik begrijp nu waarom ze het Verloren Maandag noemen. 


Fomo, want yolo.


R. goot de groenten te snel af.
Nu zijn de rapen niet gaar.


In een restaurant bestel ik altijd bruiswater. Dat is vaste prik.



Ik ben nu een jaar zelfstandige en dat aftrekken… die aftrekposten vind ik toch wel een ding.


R. over het bezoek: ‘Ik zet twee flessen koud. Ze drinkt weer.’


Als ik ooit een dochter krijg, noem ik haar Rita-Lynn.


Muilen is het nieuwe tongen.


‘Ik ben een gelaagd personage’, zei de man, en hij liet zien dat hij een hemd, een T-shirt én een trui droeg.


Het bericht over de dood kreeg op Facebook zestig lijkjes.


Las vandaag over een wetenschapper met de naam Deleeck.


Ik kijk nu al een tijdje bevreemd naar het woord ‘breit’ in de korte zin: ‘Miep breit.’


Last van mijn hals. Het probleem is hardnekkig.

Last van mijn nek. Het probleem is halsstarrig.



Alsof de stad een boek was dat werd gelezen door een reusachtig wezen dat met een markeerstift het woord ‘horizon’ aanstreepte


Na een belabberde wedstrijd: ‘Dit is geen voetballen, dit is voetbalen.’


R. zit te lachen om een Excelbestand.


De hele ochtend werkte de dochter van vrienden aan een tekening voor ons. Toen die af was vond ze haar zo mooi dat ze haar zelf heeft gehouden.


‘Wat ben jij vandaag lekker meegaand’, zei R. Maar ik had gewoon koorts.


‘Waar is Dionne?’
‘Die komt Stax.’


Vertypte me. Toen stond er: ‘Ik leer gevarentaal.’


Elke keer als ik iets zeg over mijn lopende rekening, roept R.: ‘Daar gaat ze!’


‘Duiven zijn de ratten van de stad.’
‘En wat zijn ratten dan?’
😐


Het nichtje (4): ‘Wist je dat ik een trui met korte mouwen krijg?’
‘Nee.’
‘Als ik bijna volwassen ben.’
‘Oké.’
‘Dan ben jij allang dood.’
Daarna gaat ze in haar badpak ontbijten.


Iemand stelde me een vraag over ‘speling en grammatica’.


Ze staat voor de spiegel en zegt: ‘Bij ons is de fruitschaal nooit leeg. Er is altijd een peer.’


R. is verontwaardigd omdat de man die naast haar zat in de trein toen ze met haar laptop voor zich in slaap viel, haar werk niet even heeft afgemaakt.


Ik föhnde snel en slordig. Daarna had mijn haar een Franse slag.


R., terwijl ze een boterham staat te smeren: ‘Als ik het coronavirus krijg, ben ik wel heel gelukkig met je geweest.’



Soms zit geluk in een wel heel klein hoekje


Als ik een onderzoeksinstituut / psychologiepraktijk / brillenwinkel / journalistiek platform vertegenwoordigde en ik moest een symbolisch relatiegeschenk bedenken, dan wist ik het wel. Dan koos ik voor de blikopener. (Het is maar goed dat ik geen van deze instituten vertegenwoordig.)


Ans (92): ‘Ik heb een beetje griep gehad, maar nu ben ik weer helemaal ’t ventje.’



Enkelzijdig
Dubbelzinnig


Een ‘overlegorgaan’, dat is toch gewoon een mond?


‘Ik had vannacht een nachtmerrie.’
‘Wat droomde je dan?’
‘Dat ik een koffer moest inpakken voor een grote reis.’


Er zat geen hond in de tram. (Wel een paar mensen.)


Als ik nu griep had, zou ik zeggen dat ik er ‘zinloos geveld’ door was.



Mogelijk bent u de enige deelnemer aan het gesprek


‘Dat ziet er lekker uit!’
‘En wat vind je van het eten?’


‘Jan lacht, Marcel Proust en Gustav Klimt,’ zeg ik.
R. (vermoeid): ‘Wil jij ook een boterham?’


Ik ben kerngezond. Althans, in de kern ben ik gezond.


Jan-Willem zat vol tegenstrijdigheden. Vandaag voelde hij zich zielsgenukkig.


Liefs & kuchjes,


‘Zijn jullie consequent in de opvoeding?’
‘Meestal wel.’


Vakarantaine



Dat je jezelf over een paar maanden hoort zeggen: ‘Ik weet een plek waar we kunnen afspreken. Je kan er gewoon in zonder account en met een onbeperkt aantal deelnemers. Het is echt een superfijne omgeving en de beeld- en geluidskwaliteit zijn top.’ En dat je dan het park bedoelt.


Ik heb ‘Mag ik dan bij jou’ in mijn hoofd, in deze uitvoering:
‘Als er een regel komt, waar ik niet aan voldoen kan, mag ik dan bij jou?’
NEE! IK ZIT IN QUARANTAINE!
‘En als ik iets moet zijn, wat ik nooit geweest ben, mag ik dan bij jou?’
NEE! IK ZIT IN QUARANTAINE!
Etc.


In het Belgisch onderwijs worden cijfers van 1 tot 20 gegeven, waarbij 20 de hoogste score is en 10 een nipte voldoende. Nu besef ik plots dat ik gisteren in een workshop bij wijze van aanmoediging tegen mijn studenten heb gezegd: ‘Jullie krijgen een 10 voor inzet!’


Ik vond online een recept waar je op een i’tje kon klikken voor extra informatie.
Bij 4 eieren stond ‘m’.
Bij 8 g vanillesuiker stond ‘1 zakje’.
Bij 220 g bloem stond ‘patentbloem’.
Bij 16 g bakpoeder stond ‘1 zakje’.
Bij citroenrasp stond ‘van een citroen’.


Ik zag net een tram die op weg was naar Proefrit.


R. onder een dekentje, met een groot stuk cake op boze toon tegen de tv: ‘Wordt dit nog léuk?!’


Sollicitatiegesprekken via Skype: dat ze dan uiteindelijk kiezen voor de kandidaat met de stabielste internetverbinding.


Mmmmm, dikke soep,’ zei R. en ze blies op haar lepel.
‘Dat vind ik niet leuk,’ antwoordde de soep.


Maartjes huid reageerde op stress. Daarom had ze vaak last van examenuitslag.


Met haastige goret,



Na een uur onsamenhangend te hebben gebabbeld zegt R. plotseling: ‘Ik heb doorligplekken op mijn geest.’



Ik weet dat je het er niet aan kan zien, maar dit is de oude garde.


En zoek nu – binnen een minuut – de zandloper!


Net toen ik me echt even gezien voelde: ‘Jij hebt ook een snorretje.’


Eerst een sprietsje parfum en dan hup, door naar de conference call.


‘Daar zitten we dan: knipje en knapje.’ zegt R.
‘Wie is knipje?’
‘Jij.’
‘En wie is dan knapje?’
Dat is ze zelf.


In IJsland, dáár hebben ze pas bronnen.

(wetenschappershumor)


Soms maak ik me zo druk over of ik voldoende rust krijg, dat ik meer rust nodig heb dan als ik me niet zo druk zou maken. Sterker nog, als ik me niet zo druk maakte over voldoende rust krijgen, had ik waarschijnlijk nauwelijks rust nodig.


Harold maakte foto’s met de zelfontspanner, zodat hij zelf kon ontspannen.


Ik stelde me net een familie Traal voor, en hun dochter Thea.


‘Wat is jouw favoriete appel?’
‘Golden delicious.’
‘Aha.’
‘Omdat ik dat zelf ook ben.’


Als R. er in de zomer op staat dat ik koffie zet, noem ik dat een eiskoffie.


Woord van de dag: likzegel



Bergen op Zoom


We zijn niet ver verwijderd van literatuur waarin een personage als volgt wordt opgevoerd: ‘Zijn mondmasker bungelde nonchalant aan één oor. Hij glimlachte verleidelijk.’


Hij eet overal ketchup bij. Zelfs tomaten eet hij met ketchup.


Vandaag een boot gezien met de naam Aqua Linda.


Vlak nadat ze een naald in mijn tandvlees heeft gezet schrikt de tandarts van een wesp die door het open raam naar binnen is gevlogen. Ze is bang om gestoken te worden.


‘Ah joh,’ zegt R. grootmoedig, ‘dat kan de beste overkomen. Sterker nog, het ís mij laatst overkomen.’


‘Ik ben net terug van vakantie.’
‘Nice, waar ben je geweest?’
‘In Nice.’


ontspannen ≈ ontsnappen


Lippen stiften, mondkapje op en gaan.



Balen


Zes uur wasmachineresearch gedaan. Nu ben ik draaierig.


Ze heeft er met geen woord over gerapt, al heeft ze er veel over gerept.



Mijn moeder haalt me op van het station 


Jan-Willem zat vol tegenstrijdigheden. Vandaag voelde zich kermgezond.


‘Hij moet in de schaduw staan,’ zei de bloemist. ‘Ja, je kan ‘m wel in de zon zetten, maar dan krijgt ‘ie bloemen.’


Voordat ik de drie categorieën gevangenisliteratuur noem, moet eerst het begrip gevangenis worden afgebakend.


Haar gezicht vertrok. Toen zat ik alleen nog met een lichaam en een achterhoofd aan tafel.


Woord van de dag: 

Studenten die aansluitend bij een fysieke les een online les moeten volgen, kunnen terecht in de vertoefruimtes op de campus. In die ruimtes worden ze begeleid door vertoefstewards, zodat ze op een veilige manier plaats kunnen nemen.



Meid, wat een leuk jurkje


België is zo welbespraakt. De tweede golf wordt hier een heropflakkering genoemd.


Ik wil het aantal verplaatsingen best terugbrengen, maar ik mag de weg niet meer op.


Gehoord op tv: ‘Ik heb er zin in. En ik kijk er heel erg naar uit.’


Petanque tijdens corona: ‘Alleen je eigen ballen aanraken.’


Vandaag op het menu:
Erwtensoep
Tiramisu



De wind wint


naar-geestig


Code oranje is blijkbaar te licht, code rood te drastisch. Daarom zaten we op mijn werk vorige week in ‘verscherpt oranje’ en deze week in ‘verstandig rood’.


De vorken liggen lepeltje-lepeltje.


Woord van de dag: asla. Ooit koop ik een Tesla, daar bouw ik een houtkachel in. Dan heb ik een Tesla met een asla.


‘Ik ben sprakeloos.’
‘Jij bent nooit sprakeloos.’


2 voor 12 kijken met m’n vader: ‘Leuke meid, die Astrid Joosten.’


Jan-Willem zat (nog steeds) vol tegenstrijdigheden. Vandaag voelde hij zich strijdluchtig.



Ik hoop dat ik ooit de kans krijg om een ansichtkaart te versturen vanuit Groet


Een halve camembert op de nuchtere maag. Ook dat is vakantie.


Kerst 2020

Daar zaten we dan, met onze omfietsvol-au-vent.


Zoeken naar een discrete formulering: ‘Hij zit, zeg maar, laag in zijn IQ.’


Ik passeer in het park een bellende man en hoor hem zeggen: ‘God zegt: “Oog om oog, tand om tand”, maar vergeven is beter.’


Perpetuum mobile: ik kijk naar haar omdat ze beweegt en omdat ik naar haar kijk, blijft ze bewegen.



Het komt altijd, maar niet perse goed