Hai-ku-tjes: curiositeiten rond het kolibriegedicht

I love haiku. In de zomer van 2017 onderzocht ik tijdens een schrijfresidentie bij WISPER waarom. Dit derde verslag is geen betoog, analyse of synthese. Het is een lijstje. Van gekke en mooie dingetjes die ik tot dusver ontdekte.

1. Dat haiku’s vaak als bloemlezing verschijnen.

2. Dat het lezen van een haiku tussen de 5 en 15 seconden duurt.* (Maar een echo kan hebben van dagen.)

3. Dat ik – om te voorkomen dat mijn haiku’s wegwaaien – soms een appel op ze zet.

4. Dat Een verre vogel – Tweede haikoe-boek van Bart Mesotten (oprichter van de Haiku-kring Vlaanderen) opent met: ‘Met dank aan Janssen Pharmaceutica, Beerse.’

5. Dat er gezonde haiku’s zijn, en zieke.**

6. Dat haiku’s in de bundels van de bibliotheek vaak zijn aangestreept met pen.

7. Dat ik zelf alleen met potlood streep en dat later braaf weer uitgum, liefst op de beat van een melancholisch lied. Al twee gummetjes heb ik opgegumd (gummetjes in de vorm van duiven).

8. Dat de haiku regelmatig als gelegenheidsgedicht verschijnt.

9. Dat de haiku zich leent voor penvriendschappen. Voor vriendschappen. Voor liefde. (Misschien ook voor gelegenheden.)

10. Dat er haiku’s bestaan als deze:

Een pioen geplukt
heb ik mij de avondlang
neerslachtig gevoeld

Buson

11. En deze:

Och, kijk, een mus sprong
helemaal langs de veranda
met natte voetjes.

Shiki

12. En deze:

Zee in de lente,
aldoor zacht golvende,
golvende heel de dag.

Buson

13. Maar ook deze:

Zo heerlijk fris!
Met mijn voorhoofd lig ik op
de groene vloermat.

Shiba Sonome

14. Dat je voor haiku niet alleen een geest maar vooral een lichaam nodig hebt. Op zijn minst ogen om naar de rivier, de kasseien en de lucht te kijken. Op zijn minst oren voor het gekras van de trams en de meeuwen. Op zijn minst een neus voor de uitlaatgassen, de welriekende ganzenvoet, de aftershave en sigarettenrook van de jongens aan de kade. Op zijn minst een tong om tegen een bevroren brugleuning, in de hals van een vrouw te drukken. Op zijn minst vingers, om de wereld in lettergrepen uit te tellen, om iets vluchtigs aan te raken.

15. Dat haiku’s al zo klein zijn, misschien moeten we ze niet kleiner maken.

 

Anekdotes

Ik heb de anekdotes hier geparkeerd, anders haalden ze de vaart uit mijn opsomming. ’t Zijn leuke verhaaltjes uit het eerder genoemde Een verre vogel – Tweede haikoe-boek van Bart Mesotten.

* “De meesten (ook ik tot voor kort) zullen niet weten dat de Engelse toneelschrijver Simon Gray geen kaas gegeten heeft van haikoe; ook niet dat Harold Pinter nu en dan een haikoe schrijft. Op zekere dag had Pinter een haikoe geschreven om Gray voor een of ander te danken. Hij stuurde hem de haikoe. Omdat hij na enkele dagen geen reactie had ontvangen, belde hij hem even: ‘Simon, heb je mijn haikoe gekregen?’ Waarop Gray: ‘Ja zeker; ik ben eraan begonnen, en ik heb hem bijna uit; je hoort binnenkort van mij.”

** Toen Basho eens op een haikoe-wandeling was met zijn vrienden-leerlingen, kwam een van deze laatsten naar hem toe en zei: ‘Meester, ik heb een haikoe gemaakt.’ – ‘Laat eens horen’, zei Basho. De leerling:

Ik heb een libel
en trek er de vleugels af;
nu is het een peper.

 Basho antwoordde niet onmiddellijk; daarop zei de leerling: ‘Meester, vindt u mijn haikoe niet goed?’ Basho, ietwat geheimzinnig: ‘Je haikoe is ziek; maar ik zal hem genezen. Luister:

Ik heb een peper
en zet er twee vleugels aan;
nu is het een libel.